Kandidaten longlist Socrateswisselbeker

De Socrateswisselbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar verscheen. Wat waren de beste filosofieboeken van 2018? Lees hier meer!

Baardewijk_Buijs_Verbrugge.jpg
Bakker_Geling.jpg
Borrel.png

Het goede leven en de vrije markt

Jelle van Baardewijk, Govert Buijs en Ad Verbrugge

De vrije markt is overal: ze verspreidt zich over de hele wereld en haar rol in ons persoonlijke leven is groter dan ooit. Allerlei goederen en diensten zijn toegankelijk geworden voor steeds meer mensen en het mondiale welvaartsniveau was nooit eerder zo hoog. Toch dringt zich de laatste jaren ook de vraag op naar de schaduwkanten van de globaliserende markt. Wat gebeurt er met een samenleving als allerlei maatschappelijke sectoren steeds meer in termen van de markt worden uitgelegd? Wat doet het met de kwaliteit van onze relaties als mensen zichzelf en elkaar als homo economicus opvatten en zij zichzelf gaan begrijpen als producerende, consumerende en concurrerende individuen? Bovendien, kunnen we ons op de lange termijn wel een dergelijke economische bedrijvigheid veroorloven, bijvoorbeeld ten opzichte van de natuur? En welke rol speelt de moderne techniek in dit verband?

Met dergelijke vragen raken we aan de centrale thematiek van dit boek: brengt de vrije markt in haar huidige vorm het goede leven dichterbij of staat ze dit juist in de weg? En wat dienen we dan te verstaan onder ‘het goede leven’? 

In gesprek met filosofen uit alle tijden – van Aristoteles tot Heidegger, van Kant tot Arendt en van Bentham tot Latour – én aan de hand van diverse films geven Verbrugge, Buijs en Van Baardewijk een prikkelend perspectief op de prangende vragen van vandaag. Ze ontwikkelen een filosofisch doordacht kader om de hedendaagse dynamiek van economie, technologie en cultuur te begrijpen en in goede banen te leiden. 

Over politieke correctheid

Gerben Bakker en Gert Jan Geling

Het verwijt van politieke correctheid is alomtegenwoordig in het publieke debat, maar wat betekent het eigenlijk precies? Waar komt het vandaan, en wat zijn de gevaren?

De islam, immigratie, slavernijverleden, Zwarte Piet: over vele gevoelige onderwerpen kunnen mensen politiek correct zijn. Het begrip politieke correctheid verschijnt in typerende discussies tussen de 'bestuurlijke kaste' en de 'verontwaardigde burger'. 

 Dat het verwijt van politieke correctheid zo sterk de toon zet in het publieke debat, maakt het lastiger om te achterhalen wat de term nu precies betekent. Iedereen heeft er wel een idee bij, maar waar het voor de een een gebrek aan ruggengraat is, is het voor de ander een fatsoensnorm.

 Volgens Gerben Bakker en Gert Jan Geling is het noodzakelijk om het argument en de aard van politieke correctheid beter te begrijpen. Waar komt het vandaan, en wat zegt de uitgebreide aanwezigheid van politieke correctheid over onze eigen tijd? De betekenis wordt gestuurd door de waan van de dag, maar als we het verschijnsel beter en in een breder perspectief doorgronden, kunnen we bepalen of politieke correctheid werkelijk een risico is voor het vrije denken.

Gerben Bakker is docent wijsbegeerte aan de Haagse Hogeschool en onderzoeker op het gebied van ethiek en veiligheid. Gert Jan Geling is historicus, theoloog en arabist. Hij werkt aan een proefschrift aan de Universiteit Leiden over ex-moslims en het verlaten van de islam.

Soms is liefde dit

Daan Borrel

Na een onbezonnen kus met een andere man schrijft Daan Borrel vanuit een kamer in Berlijn een brief aan haar vriend. De brief draait uit op een zelfbevragend relaas over seksualiteit, intimiteit en autonomie. Mag je elk verlangen onderzoeken en uitleven? En hoe combineer je dat met een behoefte aan verbintenis? Hoe kunnen vrouwen hun eigen verlangens volgen als ze nooit hebben geleerd daarmee om te gaan? Of zijn mannen hier net zo slecht in? Is het de geest of het lichaam dat verlangens creëert? In hoeverre worden die bepaald door verhalen? 

In dit persoonlijke essay zien we Daan Borrel in haar hongerige zoektocht naar antwoorden. Ze richt zich tot literatuur, filosofie, popmuziek en films, maar ook tot haar eigen lijf en tot de vrouwen die het opgevoed hebben. Soms is liefde dit biedt een intieme blik in het hoofd én de onderbuik van iemand die in alle nuance probeert haar seksualiteit te begrijpen.

Daan Borrel studeerde literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en is freelancejournaliste. Ze schrijft onder meer voor NRC HandelsbladDe Correspondent en Het Parool over cultuur en seksualiteit. In 2017 stelde ze met huisarts en seksuoloog Peter Leusink de bundel Dit gaat niet over seks samen. 
In het voorjaar van 2018 verschijnt haar persoonlijke essay over verlangen onder de titel Soms is liefde dit.

 
Groot.jpg
Brinkgreve.jpg
vdh9789029523769.jpg

Het volk in de grot

René ten Bos

In Plato's beroemde allegorie van de grot wordt het volk door de ontwikkelde mens aangespoord om de grot te verlaten en naar buiten te treden om zichzelf te verlichten. Ten Bos denkt echter dat het volk er helemaal geen behoefte aan heeft om de grot te verlaten, en stelt dat het klassieke ideaal van de paideia (het ontwikkelen van de mensen die we nu 'het volk' noemen) altijd al hopeloos is geweest. Want de elite kan wel vinden dat het volk uit de grot moet komen om zijn geest te ontwikkelen, maar het is de vraag of het aanbod van de verlichte geest wel aantrekkelijk genoeg is. Is het niet te abstract of te intellectualistisch? Willen we begrijpen wat het volk is en wat het wil, dan hebben we volgens Ten Bos een radicale speleologie nodig. We moeten ons verdiepen in de grotbewoners, wat niet wil zeggen dat we moeten worden zoals zij. De analyse in Het volk in de grot leidt naar een duiding van de kloof tussen wetenschap en maatschappij. Uiteindelijk gaat het Ten Bos om de vraag in hoeverre wetenschap bevrijdend kan zijn.

René ten Bos is hoogleraar filosofie en organisatiedeskundige. Bij Boom verschenen eerder Het geniale dier (2008), Stilte, geste, stem (2011) en Water (2014), dat werd genomineerd voor de ECI-literatuurprijs. Met zijn laatste boek, Bureaucratie is een inktvis, won Ten Bos de Socratesbeker voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek uit 2015.

Het raadsel van goed en kwaad

Christien Brinkgreve

In Het raadsel van goed en kwaad gaat Christien Brinkgreve op zoek naar antwoorden op grote vragen over leven, dood en liefde. Ze zet daarbij haar talent voor het vertellen van verhalen in en verbindt het persoonlijke met het wetenschappelijke en literaire. Ze laat zien wat het belang is van contact als bron van leven, én hoe gevaarlijk het is als mensen het contact verliezen, met zichzelf en anderen. Duidelijk wordt dat de grote vragen geen pasklare antwoorden hebben, en hoe verweven destructieve en vitale krachten kunnen zijn.

Christien Brinkgreve is hoogleraar sociale wetenschappen aan de universiteit van Utrecht, schrijft op heldere en trefzekere wijze over vrouwen en mannen, ouders en kinderen, en plaatst hun ervaringen in de context van de tijd waarin ze leven. In 2006 verscheen Wie wil er nog moeder worden?

Onszelf voorbij

Lisa Doeland, Naomi Jacobs, Elize de Mul

Vol overgave storten we ons op self-tracking en mindfulness, zijn we baas in eigen moestuin en gaan we op vakantie het liefst back to basics in een joert. De grimmige buitenwereld archiveren we liever met snapshots en selfies dan dat we de barricaden op gaan.
De onstuitbare focus op onszelf en ons individueel welzijn lijkt een antidepressivum waarmee we ons teveel aan angst in de hand houden en onze onzekerheid bedwingen. Ondertussen duren humanitaire, economische en ecologische crises voort.

Aan de hand van filosofen als Jacques Derrida, Donna Haraway, Don Ihde, Søren Kierkegaard en Socrates biedt Onszelf voorbij een perspectief op de mens in verwarrende tijden.

Lisa Doeland is programmamaker en filosoof en doet promotieonderzoek naar afval aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Naomi Jacobs is filosoof en doet promotieonderzoek naar persuasieve technologieën voor gedragsverandering aan de Technische Universiteit Eindhoven. Elize de Mul is filosoof en promoveert op identiteit en privacy in de hedendaagse beeldcultuur aan de Universiteit Leiden.

 
Huijer-Leve de publieksfilosofie NIEUW_001.jpg
Gescinska.png
Gusman_Kleinherenbrink.jpg

Staat en taboe

Paul Frissen

In dit spraakmakende boek werpt succesauteur Paul Frissen nieuw licht op het actuele debat over 'voltooid leven'. 
Van oudsher heeft de staat het monopolie op het geweld en mag hij dus beschikken over leven en dood van zijn burgers. De staat kan mensen de oorlog in sturen, mag geweld gebruiken tegen burgers en kon in vroeger tijden zelfs de doodstraf opleggen. Naderhand kwam er de zogeheten 'biopolitiek': de zorg voor publieke gezondheid en het voortbestaan van de soort - steeds het exclusieve domein van de staat.

In Nederland is met de euthanasiewetgeving een deel van het monopolie overgedragen aan de dokter. In het huidige debat over het voltooide leven willen velen deze macht nog verder verleggen, namelijk naar de zelf beschikkende burger, die daarbij professionele hulp mag eisen.

Maar als de staat de plicht heeft om alle burgers te beschermen zodat zij hun leven zo autonoom mogelijk kunnen leven, betekent dit ook dat de staat grenzen moet stellen. In het licht van het geweldsmonopolie heeft het debat over het voltooide leven om deze redenen niet alleen een ethische, maar ook een politieke dimensie: hoe autonoom mag de burger over zijn of haar eigen leven beschikken? Of: wie mag doden?

Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University. Het geheim van de laatste staat. Kritiek van de transparantie verscheen in 2016 bij Boom. Eerder publiceerde hij De staat van verschil(2007), Gevaar verplicht (2009) en De fatale staat.

Thuis in muziek

Alicja Gescinska

Maakt muziek mens en maatschappij beter? In de loop der tijd hebben filosofen zich met grote scepsis over die vraag gebogen. Plato waarschuwde dat muziek gevaarlijke veranderingen in de samenleving kan veroorzaken. Eeuwen later wees Adorno op de schadelijke kracht van jazz, die ons tot tamme burgers zou maken. 

Alicja Gescinska is ervan overtuigd dat muziek eerder een verheffende dan een verderfelijke kracht bezit en een grote rol kan spelen in onze persoonlijke en morele ontwikkeling. Daar staan we vandaag de dag te weinig bij stil. In het onderwijs is muziek nauwelijks nog van belang, en in het dagelijks leven zien we het vooral als bron van ontspanning, ter verstrooiing of vertroosting. In dit heldere essay toont Gescinska op overtuigende wijze dat muziek eerder een fundament dan een ornament van ons bestaan is. Muziek laat ons thuiskomen in onszelf, en vormt ons thuis in de wereld.

Alicja Gescinska is een van de meest toonaangevende jonge filosofen van België en Nederland. Haar boek De verovering van de vrijheid (2011) oogstte alom lof. In 1988 vluchtte ze met haar familie van communistisch Polen naar België, waar ze aan de universiteit van Gent promoveerde tot doctor in de filosofie. Daarna werkte ze aan Princeton University en sinds 2014 aan Amherst College. In 2016 verscheen haar debuutroman Een soort van liefde. Gescinska won er de Debuutprijs 2017 mee. 

Avonturen bestaan niet

Arjen Kleinherenbrink

We zijn verslaafd aan avonturen. De beroemdste en succesvolste boeken en films zijn avonturenverhalen, onze voornaamste rolmodellen zijn avonturiers en we zijn collectief gefascineerd door de avontuurlijke levens van beroemdheden. Bovendien willen we ook zelf avonturen beleven. Wie droomt er immers niet van om het onbeduidende, alledaagse leven te verruilen voor een groots en meeslepend bestaan? Reclames, vacatureteksten en zelfs politieke campagnes spelen op deze wens in en beloven dat zij directe toegang tot het avontuur bieden.

 Avonturen bestaan niet laat zien dat onze drang naar avontuur berust op een illusie. Simon Gusman en Arjen Kleinherenbrink leggen de historische ontwikkeling, de maatschappelijke functie en de huidige werking van ons verlangen naar avontuur bloot. Hun filosofische analyses ontmaskeren de zoektocht naar avontuur als een jacht op een illusie, omdat de wereld nu eenmaal nooit dezelfde structuur heeft als de verhalen die wij erover vertellen. Het verheerlijken en najagen van avonturen kan daarom slechts uitlopen op teleurstelling en frustratie.

Arjen Kleinherenbrink is filosoof aan de Radboud Universiteit en specialiseert zich in de metafysica en wijsgerige antropologie. Vanuit die disciplines onderzoekt hij de verhoudingen tussen mens, ecologie en technologie. In 2017 verscheen Alles is een machine. Simon Gusman doet als filosoof onderzoek aan de Radboud Universiteit naar subjectiviteit en specialiseert zich in het denken van Jean-Paul Sartre. Daarnaast sprak hij op verschillende festivals zoals Lowlands en Down The Rabbit Hole.

 
Klukhuhn.jpg

Berichten uit het feniksnest

André Klukhuhn

Prikkelende analyse van André Klukhuhn – auteur van de bestseller De geschiedenis van het denken – over de vraag wat wij kunnen leren van notoire ondergangsdenkers uit het interbellum.

De grote uitdagingen op politiek, economisch en vooral ecologisch gebied hebben geleid tot een teneur van apocalyptisch denken: het einde van de wereld en de mensheid zou nabij zijn. Dit ondergangsdenken is geen nieuw verschijnsel, door de geschiedenis heen is vaak verkondigd dat het met de wereld gedaan zou zijn.

André Klukhuhn onderwerpt het cultuurpessimisme aan nader onderzoek en vraagt zich af wat wij kunnen leren van het apocalyptische denken in het verleden. Speciale aandacht heeft hij voor vier denkers die geboren zijn in het fin de siècle en die in het interbellum bekendheid verwierven met hun cultuurpessimistische theorieën: Oswald Spengler, José Ortega y Gasset, Johan Huizinga en Sinclair Lewis. Aan de hand van hun denken pleit Klukhuhn voor een radicale verandering in ons denken en handelen om ons te verweren tegen de dreigende ecologische crisis.

André Klukhuhn is scheikundige, filosoof en schrijver. In 2003 verscheen zijn grote boek De geschiedenis van het denken, waarvan in 2013 een volledig herziene editie verscheen. In 2008 publiceerde hij Alle mensen heten Janus. Beide titels werden filosofische bestsellers

Goed eten

Michiel Korthals

Eten is een van de belangrijkste dingen in ons leven. Maar wat stoppen we precies in onze mond? Is het niet zo dat uitbuiting, extreem over- gewicht, ondervoeding, honger en grote milieuschade enkele gevolgen zijn van onze wijze van consumeren? Dit zou toch anders moeten kunnen, maar de vraag is: hoe dan?

In Goed eten. Filosofie van voeding en landbouw behandelt Michiel Korthals deze vragen en ontwikkelt hij een model om de kloof tussen productie en consumptie te overbruggen. Directe verbindingen tussen voedsel en het dagelijks leven, de voorkeur voor regionale verbanden boven de wereldmarkt, bevordering van voedselvaardigheden en een eerlijkere verdeling van aandacht voor voedingsstijlen staan daarin centraal.

Goed eten draait om de vraag welke rol consumenten, overheden en marktpartijen kunnen spelen in de productie van smaakvoller en ethisch verantwoord voedsel.

Michiel Korthals is emeritus hoogleraar Toegepaste Filosofie aan de Wageningen Universiteit en Vrije Universiteit. Hij schreef eerder onder andere Filosofie en intersubjectiviteit (1983) en Voor het eten (2002).

Oenen.jpg

Overspannen democratie

Gijs van Oenen

Iedereen wil meer democratie, betere democratie, echte democratie. In Overspannen democratie stelt Gijs van Oenen juist dat we al op het toppunt van democratie zitten en onderzoekt de uitdagingen waarvoor de democratie staat in de toekomst. 

Van democratie kun je nooit genoeg hebben – althans, dat zou je denken. Overspannen democratie laat zien dat deze overtuiging niet klopt. Het succes van de democratie keert zich namelijk tegen zichzelf. Door onze hoge verwachtingen ten aanzien van de democratie en van onszelf ontstaat een overspannen sfeer. Juist omdat we ‘alles uit de democratie willen halen wat erin zit’ wordt zij ons te veel van het goede en gaat zij ons opbreken.

Gijs van Oenen onderbouwt deze controversiële gedachte met inzichten uit politieke theorie, filosofie en sociologie, maar ook uit de praktijk van politiek en bestuur. In dit essayistisch geschreven boek stelt hij een prikkelende diagnose van de ‘democratische vermoeidheid’ van de moderne mens en schetst hij een controversieel beeld van de ‘algoritmische democratie’ die hierop een antwoord zou kunnen vormen.

Gijs van Oenen is universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit. Eerder verscheen van zijn hand Nu even niet! (Van Gennep, 2011). Hij is een van de auteurs van Booms filosofiemethode Durf te denken!

Oudenampsen.jpg
Peters.jpg
Schomakers.jpg

De conservatieve revolte

Marijn Oudenampsen

De Fortuyn-opstand vormt een belangrijk keerpunt in de Nederlandse politieke cultuur. Vaak is deze omslag beschreven als een opstand van de onderbuik. In dit nu al veelbesproken boek beschrijft Merijn Oudenampsen de revolte in de bovenkamer. Hij gaat op zoek naar de intellectuele bronnen van de Fortuyn-opstand.

Boegbeelden als Frits Bolkestein, Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders beschrijft hij als voortrekkers van een bredere stroming: nieuwrechts. Deze term kwam in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in omloop als benaming voor conservatieve bewegingen die in de jaren zestig ontstonden als reactie op nieuw links. De politieke omslag in Nederland, zo luidt de prikkelende stelling van De conservatieve revolte, is een verlate tegenhanger van de Anglo-Amerikaanse conservatieve ommekeer.

Merijn Oudenampsen is politicoloog en socioloog. Hij promoveerde in januari 2018 op het proefschrift The Conservative Embrace of Progressive Values, waarvan De conservatieve revolte de uitgebreide vertaling is. Hij werkt als onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij de politieke geschiedenis van het Nederlandse neoliberalisme in kaart brengt.

Hypocrisie

Rik Peters

Jij, lieve lezer, bent gewoon een hypocriet. 

En gelukkig maar.

Milieuactivisten gaan met het vliegtuig op vakantie. Lieve baasjes houden van hun huisdier, maar eten ’s avonds gewoon een lapje vlees. Directeurs van goede doelen strijken zelf een riant salaris op. En politici, nou ja, zijn gewoon politici.

Hypocrisie is overal. En iedereen wordt er boos van. Maar waarom eigenlijk? Filosofie en wetenschap laten zien dat iedereen hypocriet is én dat dit helemaal niet erg is. Sterker nog: de wereld kan wel wat méér hypocrisie gebruiken.

In zijn kenmerkende vlotte en geestige stijl schijnt Rik Peters een nieuw licht op het fenomeen hypocrisie. Een boek vol wetenschappelijke inzichten en filosofische uiteenzettingen, opgesmukt met herkenbare anekdotes over het nut van hypocrisie en het gevaar van consequentie. 

Rik Peters is journalist en redacteur. Hij schrijft over wetenschap en filosofie, en publiceerde onder meer in NRC Handelsblad, KIJK en Nieuwe Revu. 

Het begin van de melancholie

Ben Schomakers

In Het begin van de melancholie betoogt Ben Schomakers dat we ons hoofd niet moeten afwenden van ons verdriet. Immers, verdriet kan ons inzicht geven in wie wij zijn, maar ook in wat een mens is. In dit prachtige essay komen verschillende, zeer herkenbare facetten van onze omgang met verdriet en melancholie aan bod: de moeizaamheid van de troost, het geheugen van het verlangen, het dwepen met het tragische en het vrije-onvrije verder leven na het verdriet. Een originele kijk op melancholie als hoopgevende bron van inzicht in de structuur van de ziel en het bestaan.

Ben Schomakers is filosoof en classicus en vertaalt teksten uit de Griekse Oudheid, waaronder Aristoteles’ Over de ziel en Sophocles Oedipus heerst. Hij bereidt een vertaling voor van de volledige Metafysica van Aristoteles. In 2015 verscheen bij Sjibbolet onder zijn redactie (met Marc De Kesel) de bundel De schoonheid van het nee - Essays over Antigone. Over dit laatste boek schreef iFilosofie: 'Een breed scala aan essays over Antigone […] die even erudiet als uiteenlopend zijn.'

Tarawally.jpg
Tongeren.jpg
Verhaege.jpg

Gevangen in zwart wit denken

Babah Tarawally

In 'Gevangen in zwart-witdenken' doet Babah Tarawally zijn verhaal. 23 jaar geleden kwam Tarawally als vluchteling uit Sierra Leone naar Nederland. Voor het eerst wordt hij zich ervan bewust hoe zijn huidskleur zijn identiteit bepaalt. Met humor en kwetsbaarheid beschrijft hij allerlei vormen van zwart-witdenken, zowel van medevluchtelingen als van witte Nederlanders. Hij vertelt hoe hij erin gevangen raakt en hoe hij eruit weet te ontsnappen. Daarvoor hoefde hij zich niet af te zetten tegen ‘de boze witte man’ of zijn huidskleur te ontkennen.

Een must read voor iedereen die een uitweg zoekt uit het vastgelopen debat over kleur en identiteit.

Babah Tarawally is schrijver en journalist. Tijdens zijn zevenjarige asielprocedure publiceerde hij De god met de blauwe ogen (2010). In 2016 verscheen De verloren hand.

Willen sterven

Paul van Tongeren

Wie anders dan ik zelf zou het recht hebben om zelf te beslissen over mijn leven?’ In dit essay ‘Willen sterven’ van Paul van Tongeren wordt die notie autonomie nader onderzocht, evenals het begrip van de wil, dat immers een centrale rol speelt in die veronderstelde autonomie. In existentiële keuzesituaties stuit de autonomie op haar grenzen. Paul van Tongeren zet de filosofie in voor een verheldering van de problemen die schuilgaan achter de vanzelfsprekendheden van de eigen tijd.

Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven (België) en geassocieerd onderzoeker van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika). Zijn boek Leven is een kunst (Klement 2012) won in 2013 de Socratesprijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Intimiteit

Paul Verhaege

Een intieme liefdesverhouding maakt een mens gelukkig, maar waarom is het zo moeilijk om die te vinden, laat staan in stand te houden? Veelgehoorde verklaringen wijzen in de richting van individualisering, misbruik, mondige vrouwen en besmuikte mannen. In die boek biedt Paul Verhaeghe een andere kijk: de belangrijkste intieme relatie is die met ons eigen lichaam. Zonder een goede afstemming op je eigen lijf is een intieme relatie met iemand anders bijna onmogelijk. 

Aan de hand van vele voorbeelden uit de praktijk onderzoekt Verhaeghe actuele kwesties en vragen rondom intimiteit: hoe dachten en denken we over de kloof tussen lichaam en geest? En: hoe kunnen we een duurzame intieme relatie opbouwen met iemand anders?

Paul Verhaeghe is doctor in de klinische psychologie en hoogleraar aan de Universiteit Gent. Met Liefde in tijden van eenzaamheid (1998) brak hij door naar een algemeen en internationaal publiek. Het einde van de psychotherapie (2009), Identiteit (2012, 50.000 exemplaren verkocht) en Autoriteit (2015) bereikten eveneens een groot internationaal lezerspubliek.

 
Verheij.jpg
cover_hr.jpg

God en ik

Alain Verheij

God en ik van theoloog en schrijver Alain Verheij neemt de volgende vraag als uitgangspunt: wat bezielt een 21e-eeuwse westerling om zich nog te verdiepen in verhalen over God? Verheij is zelf misschien wel het meest nieuwsgierig naar het antwoord op die vraag. In God en ik schrijft hij persoonlijk, kritisch en een tikje ironisch over zijn geloof. Met een scherp oog analyseert hij onze tijd en ziet hoe de christelijke verhalen en gebruiken wel degelijk iets te zeggen hebben over de wereld van nu. Zo kun je de vastentijd zien als een ‘detox’ die zorgt voor meer zelfreflectie en solidariteit, en zetten verhalen over Jezus, Job, Mozes en Petrus aan tot denken over hoop, vertrouwen en volharding. Al eeuwenlang putten mensen kennis, goede raad, hoop en troost uit de Bijbel. Aan de hand van deze oude verhalen werpt God en ik licht op hedendaagse levensvragen.

Alain Verheij is schrijver, journalist, blogger, dominee en zelfbenoemd ‘Theoloog des Twitterlands’. Hij studeerde Theologie en Bijbelstudies, is gespecialiseerd in de Hebreeuwse Bijbel en Ugaritische taal  en doet op dit moment promotieonderzoek naar dat laatste onderwerp aan de Universiteit van Leiden. Verheij is lid van het Theologisch Elftal van Trouw en is een van de curatoren van de Blendle-rubriek Geest.

Wij, de mens

Frank Westerman

Allemaal slaan we verwoed met onze staart op het water, maar anders dan de walvis menen wij mensen dat ons spetteren ertoe doet.

September 2003. In een grot op Flores, Indonesië, komt een fossiele oermens bloot te liggen van amper een meter hoog. Rondom haar liggen skeletten van ratten zo groot als honden, olifanten zo klein als pony’s en reuzenooievaars van 1 meter 80. Wat zegt deze spiegelwereld over wie wij zijn en waar we vandaan komen?
Wij, de mens neemt de lezer mee op een filosofische wereldreis – van de Maasvallei tot op de vulkaanhellingen van Indonesië. De inzet is hoog. Want als wij de overtreffende trap van het dier zijn, waarin schuilt dan het onderscheid?

Frank Westerman is schrijver van meervoudig bekroonde boeken als Ingenieurs van de zielEl Negro en ik en Ararat. Met zijn recente titels Stikvallei en Een woord een woord oogst hij lof in binnen- en buitenland. In 2016 was hij de eerste gastschrijver aan de Universiteit Leiden – een decennialange traditie – die zich toelegde op het genre van de reportage.