Thema 2017

Thema 2017 – RustEssay Maand van de Filosofie 2017 Joke Hermsen

De Maand van de Filosofie vindt elk jaar plaats in de maand april. In 2017 onderzoeken en bevragen we een maand lang de betekenis van Rust.

Er is een grote roep naar meer rust in ons leven. We hebben 24/7 toegang tot het oneindige wereldwijde web. Technologieën stellen ons in staat voortdurend bereikbaar te zijn. Informatie stroomt binnen. Hoe stil te staan, hoe rust te vinden, in de drukte van alledag? Wat is innerlijke rust en is dit nastrevenswaardig?

We beperken ons niet tot het idee van rust zelf, maar kijken ook naar het contrapunt, naar de onrust. We bevinden ons in een tijd waarin tendensen op scherp staan: geopolitieke omwentelingen, oorlogen die ver weg lijken maar onze leefwereld binnendringen, een economische transitie, verkiezingen die geleid
worden door populistische sentimenten en populisten die aan de macht raken. Over welk onrecht blijven we te rustig? Waarin moeten we ons berusten? Hoe we bewaren we rust wanneer we ons leven niet meer kunnen overzien?

De essayist voor de Maand van de Filosofie 2017 is Joke J. Hermsen (1961). Na haar studies filosofie en letterkunde promoveerde zijn aan de UU op een studie naar Nomadisch narcisme. Ze publiceerde eerder de succesvolle essaybundels Stil de tijd (bekroond met Jan Hanlo Essayprijs) en Kairos (nominatie shortlist
Socratesbeker). Haar hele oeuvre werd bekroond met de Halewijnprijs.

In haar essay voor de Maand van de Filosofie, getiteld Melancholie in tijden van onrust, onderzoekt Hermsen het kantelpunt waarop de mens nog net over voldoende moed, daadkracht en hoop beschikt om het tij te doen keren en een nieuwe verhouding tot de wereld en zichzelf te zoeken. Over het essay schrijft zij: “De mens is volgens Nietzsche een weemoedig wezen, een homo melancholicus, die weet heeft van verlies, vergankelijkheid en verlatenheid. We proberen deze weemoed om te buigen tot hoop, tot reflectie of kennis, creativiteit of dagdromen, macht of verstrooiing. Maar wat gebeurt er als het tij flink tegenzit en onze melancholie door onrust, angst en teloorgang van idealen slechts naar de duistere kant van het verlies getrokken wordt? Kan zij dan nog vruchtbaar, in de zin van creatief of hoopvol, gemaakt worden? Of reageren wij dan als de zwaan van Jan Asselijn en blazen we woedend en bang naar eenieder die in onze buurt komt en ons nest bedreigt? Wat is er nodig voor deze veerkracht van het denken, die ons dezer dagen steeds vaker lijkt te ontbreken?” Kortom: hoe rust te vinden?